Het kleine meisje van de hoop- blog in coronatijd

afbeelding Banksy

oktober 2020
Houd moed – Heb lief
https://petrus.protestantsekerk.nl/artikel/straks-bijeen/

We maken zware tijden door. Er is veel dat we missen. Gezelligheid, plezier en onderlinge bemoediging. Je kunt je hart niet luchten bij elkaar. Dat gaat nu eenmaal niet zo gemakkelijk zonder terloopse ontmoetingsmomenten. Bij de koffieautomaat, de sportwedstrijd, in de auto of de kerk. Thuiswerkers missen hun collega’s om samen stoom af te blazen. Mensen missen hun vrienden van koor en sport, verjaardagen worden niet of nauwelijks gevierd. Het roept vragen op: is ons leven nog leefbaar? Hoe houden we het vol te leven met de aanhoudende onzekerheid rond dit virus? Hoe lang totdat het stopt?

Wat zijn waarden die ons hierdoorheen tillen? Ik denk aan drie dingen: solidariteit, een blik naar binnen en hoop. Solidariteit is een Bijbelse waarde. Nu ontdekken we wat dat is. Iets opgeven of uitstellen ter wille van de leefbaarheid, ter wille van de gezondheid van de ander en ons allemaal. Solidair zijn met de regels van de overheid. Vanuit het hart. Omwille van de humaniteit. Als opdracht. Niet vanuit emotie of ratio, want die beiden schieten nog wel eens een andere kant op. De hashtag doewelmee# verdient onze steun.

Ten tweede de blik naar binnen. Het is nodig stil te staan bij het missen van leuke tussendoortjes, vakanties en gezellige etentjes onder het motto ‘laten we het nu maar even niet doen’. Je kunt er boos mee omgaan en er tegenaan botsen en beuken. Je kunt er slachtofferig mee omgaan: wat erg dat ik dit heb. Is er een derde weg? Dat is de reis naar binnen. Je afvragen: wat maakt dat ik dit zo mis? En op grond daarvan dan je de vraag stellen: wat is er dat misschien wel kan? Op die manier ga je mindful met jezelf om.

Ten derde: de hoop. Gor Khatchikyan zei dat het niet goed is om te doen ‘alsof het virus het beter doet dan wij’ (Op1, 30 september). Hij zei: je miskent de zorgmedewerkers die klaarstaan en hun uiterste best doen. Je miskent de pogingen om een vaccin te vinden. Je miskent alle burgers die zich aan de richtlijnen houden. Het is onze passie dit virus te overwinnen – daar moeten we in geloven. Het is een strijd en wij geloven in de overwinning. Dat is hoop, het kleine meisje van de hoop. De Fransman Charles Péguy schreef er een beroemd gedicht over (Le porche du mystère de la deuxième vertu, De poort van het geheim van de tweede deugd, 1912). Hier het slot vrij geparafraseerd.

Wat me verwondert zegt God, is de hoop.
daar ben ik van ondersteboven
de mensenkinderen zien toch wat er in de wereld allemaal omgaat.
en ze geloven dat het morgen omslaat.
Ze zien hoe het in de wereld toegaat.
en toch geloven ze dat het morgen beter gaat.
Dat is toch ongelofelijk.
Soms, zegt God, soms kan ik mijn eigen ogen niet geloven.
Ja de geloofsvorm, zegt God, waar ik het meest van hou is de hoop.
Geloof, dat verwondert me niet.
Liefde, daarvan begrijp ik de bron.
Maar de hoop, dat is bijna niet te geloven.
Ikzelf, zegt God, ben er van ondersteboven